‹ Terug naar overzicht

Urineonderzoek bij de hond

Redenen voor het uitvoeren van urineonderzoek bij de hond

 

Bij zichtbaar bloedverlies bij de urine, moeilijk plassen, veel drinken en veel plassen zal de dierenarts urineonderzoek bij de hond willen uitvoeren.

Urine opvangen voor urineonderzoek bij de hond

Meestal is urine opvangen bij de hond vrij gemakkelijk. Voor een goed urineonderzoek is ongeveer 10 milliliter nodig.

Hieronder volgen enkele tips voor het opvangen van urine bij de hond.

  • meestal is ochtendurine gewenst, ga dus vroeg in de ochtend naar buiten voor het opvangen van een ochtendplasje.
  • gebruik voor het opvangen van urine een schoon bakje met een opstaande rand van ongeveer 3 cm. ( bakjes van de Chinees of kunststof bewaardoosjes zijn hier zeer geschikt voor)
  • Het kan het handig zijn om een pollepel te gebruiken.
  • Met 2 personen gaat het opvangen van urine makkelijker. De een houdt de hond aan de lijn en de ander zorgt voor het opvangen van de urine.
  • Doe de opgevangen urine zo snel mogelijk na het opvangen in een potje of spuit. ( Dit is verkrijgbaar bij de dierenarts).
  • Voor een betrouwbare uitslag van het urineonderzoek is het mooi als u de urine direct na opvangen naar de kliniek brengt. Als dit niet lukt, bewaar de urine dan in de koeling.

Als het echt niet lukt om urine op te vangen bij de hond, dan zijn er ook andere mogelijkheden om een urinemonster te verkrijgen.

Urinemonster via katheterisatie van de blaas

Bij een reu kan de dierenarts een katheter gemakkelijk inbrengen en zo urine verkrijgen. Bij een teef gaat dit helaas veel minder makkelijk.

Urinemonster via blaaspunctie

voor het verkrijgen van urine direct uit de blaas, kan de dierenarts de blaas door de buikwand heen aanprikken. Dit heet een blaaspunctie. Bij de hond doet de dierenarts dit bij voorkeur onder echobegeleiding. Dit wil zeggen dat de dierenarts met behulp van echografie de blaas in beeld brengt, zodat hij kan zien waar hij moet prikken.

Het urineonderzoek van de hond  vindt voor een groot gedeelte plaats in de kliniek.

Het urinemonster wordt onderzocht op:

geconcentreerdheid: een weinig geconcentreerde urine kan duiden op nierproblemen, bijnierproblemen of leverproblemen

zuurgraad; een afwijkende zuurgraad kan duiden op ontsteking

aanwezigheid van glucose: aanwezigheid van glucose in de urine kan duiden op suikerziekte

aanwezigheid van eiwitten : aanwezigheid van eiwitten kan duiden op ontsteking of nierproblemen. vaak is nader onderzoek van de urine en bloedonderzoek dan aan te bevelen.

aanwezigheid van bloed: Bloed in de urine kan duiden op blaasontsteking, maar het kan ook uit de nieren of urineleiders komen. Bij reuen kan het ook uit de prostaat komen en bij teven uit de baarmoeder . Vaak is nog nader onderzoek nodig.

Microscopisch onderzoek op aanwezigheid van kristallen, ontstekingscellen en bacteriën. Deze duiden op ontsteking. Afhankelijk van verdere symptomen zal duidelijk worden waar het probleem zit. Vaak is verder onderzoek nodig.

 

‹ Terug naar overzicht